Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | mei 2022 | Doe es gewoon vrijwillig | 2 min lezen

Sietske geeft conversatieles aan nieuwe Nederlanders

Mensen die de Nederlandse taal nog niet goed machtig zijn, kunnen elke maandag komen oefenen in Verenigingsgebouw Sint Pieter in Medemblik. Daar wordt in kleine groepjes anderhalf uur conversatieles gegeven, onder begeleiding van taalvrijwilligers zoals Sietske Groenveld: ‘Ongelofelijk hoe snel mensen vooruitgaan. In een paar weken merk je al verschil!’


De krant lezen, een praatje maken met de buren of uitleggen aan de huisarts wat je voelt: de gewoonste zaak van de wereld, maar erg lastig als je de taal niet beheerst. Elke week oefenen daarom groepen nieuwkomers met elkaar om beter Nederlands te spreken en begrijpen. ‘Iedereen kan zich aanmelden en meedoen, het is laagdrempelig’, vertelt taalvrijwilliger Sietske. ‘Naar onze instroomgroep komen mensen die nog maar een paar woorden Nederlands spreken, maar ook mensen die zich in het Nederlands goed redden en speciaal voor hun werk er nog een tandje bij moeten zetten. Ze komen overal vandaan, zoals uit Polen, Eritrea, Syrië en Afghanistan. Binnenkort start een groep specifiek voor Oekraïners.’


Woorden aanstrepen

De avonden hebben altijd min of meer hetzelfde programma. ‘We werken in kleine groepjes van twee of drie mensen met ongeveer hetzelfde taalniveau, met een begeleider. We beginnen met krantenberichten uit de Startkrant, een krant speciaal voor deze lessen. De deelnemers lezen de tekst en strepen woorden aan die niet duidelijk zijn. Daarna gaan we het artikel samen lezen en bespreken we wat er staat. Zo leren mensen nieuwe woorden en oefenen we meteen spreekvaardigheid.’

Na een korte pauze gaan groepjes daarna verder met spelletjes, zoals kwartetten of andere woordspelletjes. De deelnemers vertellen zelf wat ze willen leren: een praatje op het schoolplein, een gesprek met de huisarts of het zoeken van een baan? Daar kunnen ze samen op oefenen. Ook kunnen de taalvrijwilligers helpen bij het huiswerk dat de deelnemers krijgen op hun inburgeringscursus. ‘De lessen zijn altijd afwisselend, geen avond is hetzelfde.’


Divers team

De groep in Medemblik bestaat nu een paar maanden en per groep zijn vier of vijf taalvrijwilligers in de les actief. Nieuwe vrijwilligers zijn hard nodig en Sietske roept dan ook iedereen op om mee te doen. ‘Ons team van begeleiders is heel divers, de jongste begeleider is 18, de oudste is met pensioen en de andere twee zitten daar precies tussen. We kunnen nieuwe collega’s goed gebruiken. Het grote voordeel van werken in een team: als je een keertje niet kunt, is dat niet zo’n ramp. De avond kan toch gewoon doorgaan. Hoe meer vrijwilligers we hebben, hoe meer mensen we kunnen helpen beter Nederlands te spreken.’


Talenknobbel: handig

Sietske heeft werkervaring in het onderwijs, maar dat is geen voorwaarde om als taalvrijwilliger te helpen. ‘Iedereen krijgt sowieso een cursus van drie dagdelen, waarin wordt uitgelegd hoe je mensen kunt helpen bij de taal. Een beetje een talenknobbel is wel handig, maar geen noodzaak. Wel moet je het leuk vinden om met mensen te werken. En het is handig als je het nieuws een beetje volgt, want actualiteiten zijn vaak onderwerp van gesprek.’ Iedereen kan dus helpen bij de conversatielessen, met een beetje creativiteit worden alle communicatieproblemen vanzelf opgelost. ‘Deelnemers spreken als ze beginnen meestal wel een paar woorden Nederlands, een beetje Engels en natuurlijk kom je met handen en voeten een eind. En als dat niet lukt, hebben veel deelnemers wel een vertaal-app op hun telefoon. Het is fantastisch om te merken hoe snel mensen vooruitgaan. In een paar weken merk je al verschil!’

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Oekraïners leren Nederlands van vrijwilligers

| Doe es gewoon vrijwillig

Vijf vrijwilligers, acht vluchtelingen uit Oekraïne, twee kannen koffie en een krat vol lesmateriaal: dat zijn de ingrediënten voor de nieuwe taal-instroomgroepen. Vrijwilligerspunt brengt taalvrijwilligers en mensen die Nederlands willen leren bij elkaar. En na een kleine aanloop gaat dat best lekker. ‘Wij zijn heel blij dat jullie deze lessen willen geven.’ Op donderdagavond komt de derde instroomgroep bij elkaar in het Postkantoor in Bovenkarspel. Het niveau van de deelnemers varieert van een broer en zus die zich in Engels, Duits en een paar woorden Nederlands redelijk redden tot drie jonge vrouwen die echt alleen Oekraïens en Russisch spreken en verder niks. Coördinator Nini Viëtor maakt zich geen zorgen: ‘Binnen een paar weken spreekt iedereen wat Nederlands. Het gaat best snel, in korte tijd gaan we van ‘hallo’ en ‘dag’ naar vragen stellen en een praatje maken.’ De vrijwilligers werken allemaal als taalvrijwilliger, maar dat is niet nodig. Geduld, gevoel voor taal en een beetje creativiteit, meer heb je niet nodig om hier te komen helpen. Alfabet leren In de lokalen is lesmateriaal aanwezig, zoals boeken, kaarten en plaatjes. Na een korte inleiding wordt de groep verdeeld in kleine groepjes, elk met een of twee vrijwilligers, om van 19.00 tot 20.30 uur te oefenen met ‘ik’ en ‘jij’, het alfabet en telwoorden. Natuurlijk is dat in het begin ongemakkelijk, maar dat verandert binnen een uurtje. Google Translate, een Russisch woordenboek en een map met afbeeldingen en woorden, het gaat eigenlijk vanzelf. ‘Er is ook een website waar de deelnemers tussen de lessen door mee kunnen oefenen,’ zegt Nini. ‘En een van de deelnemers was zo slim om met z’n mobiel een foto te maken van de aantekeningen van vandaag, zodat hij de nieuwe woorden kan herhalen. Dat is misschien ook een tip voor een volgende les.’ Kinderboeken, televisie Lukt het allemaal echt niet, dan helpt tolk Nazik de gesprekken op gang. Ze woont alweer 15 jaar in Nederland maar komt uit Georgië en spreekt onder andere Russisch, een taal die de meeste mensen in Oekraïne op school hebben geleerd. ‘Ik adviseer de deelnemers om ook veel kinderboeken te lezen, televisie te kijken in het Nederlands en vaak met mensen te praten,’ zegt ze. ‘Het maakt niet uit dat je veel fouten maakt, alleen door het te proberen, kun je je uitspraak verbeteren.’ Zij leerde zichzelf Nederlands van een stokoude cd-rom en een woordenboekje, waar ze alle nieuwe woorden fonetisch in opschreef. ‘Dan wist ik meteen hoe ik het moest zeggen, want Nederlands is een moeilijke taal. Zoals je het schrijft, spreek je het niet uit. Vooral die klanken zoals ‘ui’ of ‘au’ zijn voor mensen heel moeilijk.’ Nog even vertalen De groep komt aan het einde van de les weer bij elkaar. Volgende week weer, spreken ze af. Vrijwilliger Alexandra vraagt of Nazik nog wat wil vertalen. ‘Zeg maar dat wij het heel leuk vinden om Nederlandse les aan ze te geven.’ Er wordt gelachen door de groep en een van de deelnemers neemt het woord. Nazik vertaalt: ‘Zij zijn allemaal heel blij dat jullie het willen doen.’ Instroomgroepen Nederlandse les voor Oekraïners Dinsdagavond van 19.00 tot 20.30 uur in opvanglocatie ‘Almere’ in Opperdoes Woensdag van 10.00 tot 11.30 uur in de H. Franciscus X kerk, Kwakerspad in Enkhuizen Donderdag van 10.00 tot 11.30 uur in het Streekpunt, Streekweg 220 in Hoogkarspel Donderdag van 19.00 tot 20.30 uur en dinsdag van 10.00 tot 11.30 uur in het Postkantoor in Bovenkarspel Nieuwe vrijwilligers zijn welkom, ook in Hoorn en Scharwoude starten binnenkort nieuwe instroomgroepen Foto: De eerste les in Bovenkarspel, met vrijwilligers Alexandra en André aan de rechterkant. ‘We vinden het heel leuk om Nederlandse les te geven aan deze groep.’
Lees meer

Leonie deelt haar liefde voor lezen

| Doe es gewoon vrijwillig

Voor één keer zat voorleesjuf Leonie Verreijen niet op de bank bij een gezin thuis, maar op een deftige stoel op het podium van Jenaplan basisschool De Hussel in Grootebroek. Verder was alles hetzelfde als anders: een mooi voorleesboek op schoot, een groep aandachtige kinderen om haar heen. ‘Lezen is hartstikke leuk. Als ik dat aan kinderen kan meegeven, is mijn doel bereikt.’ Leonie Verreijen leest al drie jaar voor, aan allemaal verschillende kinderen. Twintig keer komt ze bij ze langs, mooie boeken in haar tas, om samen te lezen. Ze is vrijwilliger bij het project Samenvoorlezen van Vrijwilligerspunt Westfriesland. ‘Ik kies boeken die passen bij het kind en bij het taalniveau. Vooral voor kleuters is het soms goed zoeken, want ik wil graag dat er illustraties in staan die goed bij het verhaal passen. Plaatjes waar we samen over kunnen praten, en die het verhaal ondersteunen.’ Als voormalig juf heeft Leonie zo haar bronnen om de perfecte boeken te vinden: ze vraagt het aan haar collega’s op school, en natuurlijk aan de kinderen zelf. Voorleestas mee Deze middag las Leonie voor over het Kind van de Gruffalo, de kinderen van Jenaplan basisschool De Hussel in Grootebroek hingen aan haar lippen. Met de voorleesmiddagen wil de school het belang van voorlezen onder de aandacht brengen. Gea Hoogland, leerkracht van groep 1 en 2: ‘Wij zijn gek op voorlezen. Kinderen leren er heel veel van. Daarom kunnen ouders bij ons altijd een voorleestas meenemen met leuke kinderboeken en wat vragen daarbij. En we houden uitlegmiddagen, waarin we laten zien hoe je een kinderboek écht goed voorleest: bijvoorbeeld met allerlei stemmetjes en gebaren. Het project Samenvoorlezen promoten we ook in de klas, we helpen ouders bij de aanvraag als dat handig is.' Liefde voor lezen De kinderen krijgen geen genoeg van boeken en voorlezer Leonie ook niet. ‘Als voorlezer word je ook geholpen door Samenvoorlezen. Je krijgt een bibliotheekpas en je kunt meedoen aan speciale info-avonden. Lezen is goed voor de woordenschat en taalverwerving van de kinderen, maar vooral heel erg leuk. Als zij net zo’n liefde voor lezen ontwikkelen als ik heb, dan is mijn voorleesles geslaagd.’ Samenvoorlezen Wil jij ook ‘es gewoon vrijwillig doen, bijvoorbeeld als voorlezer bij Samenvoorlezen? Vrijwilligerspunt zoekt altijd voorlezers, in heel West-Friesland. Stuur een mail naar [email protected] , of bel 0229-216499.
Lees meer

Marianne helpt als mentor bij zorgkwesties

| Doe es gewoon vrijwillig

Marianne Meyles is al jaren mentor van twee cliënten in Wognum, via de Stichting Mentorschap Noordwest en Midden. ‘Dit vrijwilligerswerk betekent een flinke verantwoordelijkheid, maar iedereen verdient iemand die z’n belangen behartigt.’ Mensen met een ziekte of beperking die niet goed voor zichzelf kunnen opkomen, hebben een wettelijk vertegenwoordiger nodig die hun belangen behartigt. Meestal doen familieleden dat, maar als die er niet zijn of het niet kunnen, springt de Stichting Mentorschap in. Dat is een landelijke organisatie met regionale afdelingen zoals in West-Friesland, die voor hun cliënten mentoren vindt, zoals Marianne Meyles. ‘Als mentor ben je adviseur en vertrouwenspersoon voor alle persoonlijke zaken. Je helpt bijvoorbeeld te bepalen, als iemand ziek wordt, welke medische behandeling wel en welke niet wordt ingezet. Een flinke verantwoordelijkheid, ja, waarbij ik vooral de belangen van de cliënt vertegenwoordig. De wensen en behoeften van mijn cliënt zijn het uitgangspunt.’ Marianne is al jaren mentor van twee cliënten in Wognum met een verstandelijke beperking, die allebei in een instelling wonen. ‘Als mentor spreek ik ze regelmatig, en voor de zorg ben ik het aanspreekpunt voor mijn cliënten. Met de persoonlijk begeleider overleg ik bijvoorbeeld over hoe het reilt en zeilt.’ Mobieltje Een voorbeeld: een van de cliënten wil graag een mobiele telefoon. ‘Hij vindt dat prachtig, hij houdt van alles met knopjes. Maar zijn niveau is niet hoog, en die mobiele telefoon kan ook een risico zijn. Samen met de persoonlijk begeleider komen we dan tot een besluit: telefoon of niet, wat voor toestel, welk abonnement, hoe gaan we dat aanpakken?’ Een andere cliënt krijgt gedwongen medicatie. ‘Het is in haar belang dat ze die medicatie krijgt. Elk jaar moet daar een rechtelijke machtiging voor worden afgegeven, en bij dat proces vertegenwoordig ik haar.’ ‘Ga maar weg’ Het contact met de cliënten is niet vanzelfsprekend, vertelt Marianne. ‘Een van de cliënten wilde geen mentor, hij wilde me niet zien. "Ga maar weg", zei hij in het begin. Maar ik bleef elke twee weken of elke maand langskomen. Na verloop van tijd is hij ontdooid, we hebben nu goed contact. Daar blijkt maar uit dat de benadering van de cliënten van groot belang is, het is niet meteen gezellig en makkelijk. Aan de andere kant: mijn andere cliënt is heel open en enthousiast, dat kan ook. Je moet als mentor ook flexibel zijn en afstemmen op wat je cliënt wil. Zelf hou ik van buitenactiviteiten, maar mijn cliënt zit liever binnen. Dan bedenken we wat anders, we koken nu af en toe samen.’ Stugge samenwerking Inmiddels heeft Marianne als regio-ondersteuner ook 25 andere mentoren onder haar hoede. Ze hebben regelmatig telefonisch contact en ze ondersteunt ze bij vraagstukken. ‘Ik ben erg tevreden met de begeleiding vanuit de instelling waar mijn cliënten wonen, maar van andere mentoren hoor ik ook wel eens verhalen dat de samenwerking erg stug verloopt, of dat de begeleiding totaal anders denkt over de juiste zorg voor een cliënt dan een mentor. Dat is lastig, daar moet je dan met elkaar uit zien te komen.’ Meebewegen Welke eigenschappen heeft de ideale mentor? Flexibiliteit, zegt Marianne. ‘Je moet meebewegen met je cliënt. Een achtergrond in de zorg is een pre, of ervaring met mantelzorg. Je moet wel een beetje de weg weten in de wereld van de zorg. De coördinator zorgt voor de juiste match tussen cliënten en mentoren, en via de stichting krijgen we basistrainingen over zaken zoals rapporteren en overleggen, en speciale thema-trainingen. Kun je openstaan voor mensen en heb je veel geduld, dan is dit prachtig vrijwilligerswerk. Je leert er veel van, en je betekent echt iets voor je cliënt. Iedereen verdient iemand die zijn belangen behartigt, als je dat zelf niet kunt.’ Mentor worden? Mentor iets voor jou? Bekijk dan de vacature en meld je aan . Foto: De mensen in het artikel staan niet op de foto
Lees meer