Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | mei 2021 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Hans maakt van kniehoog onkruid een gezellige tuin

Groene vingers? Niet per se, maar Hans de Vries werkt graag in de tuin. In corona-tijd helpt hij mensen die door omstandigheden hun eigen tuin niet kunnen bijhouden. ‘Als mensen het niet zelf meer redden, kunnen ze beter snel hulp inroepen, dan de tuin te verwaarlozen.’


Vijftien tuintjes heeft Hans al onder handen genomen. Heel klein, heel groot, een puinhoop of maar een beetje onkruid, hij heeft overal al op zijn knieën tussen gezeten. ‘Een mevrouw vroeg me of ik de viooltjes uit haar tuin in een grote pot zou kunnen zetten. Ze zat sinds kort in een rolstoel, en dan kon ze ze toch nog zelf verzorgen. Ik ging aan de slag, maar kwam er al snel achter waarom zij de enige in Enkhuizen was die het hele jaar bloeiende violen in de tuin had: het waren kunstplanten.’


Koppie doen, praatje maken

Bel je Hans, dan komt hij eerst even kijken. Wat voor tuin is dit, kan hij er wat van maken? Maar hij heeft er nog nooit eentje geweigerd. ‘Ik ben natuurlijk geen hovenier,’ zegt hij. ‘Ik vind tuinieren gewoon wel leuk. Bestrating leggen, een schutting zetten: dat kan ik echt niet, daar moet je iemand anders voor hebben. En het kan gebeuren dat ik per ongeluk iets verkeerd snoei. Meestal gaat het goed en de tuinen knappen er enorm van op als ze weer even stevig onder handen zijn genomen.’ De eigenaars van de tuinen trouwens ook, vertelt Hans. ‘We doen een koppie, maken een praatje. Bij sommige mensen is de wereld erg klein, en door corona is dat nog erger geworden.’


Onkruid tussen stenen

Wie zijn hulp nodig heeft, kan op ‘m rekenen. Hans stelt geen moeilijke vragen, maar gaat gewoon aan de slag. ‘Een paar uurtjes aan de slag en de tuin ziet er weer gezellig uit. De heg knippen, het onkruid tussen de stenen weg.’ Het zijn niet altijd mensen die door een fysieke handicap of een hoge leeftijd niet meer kunnen schoffelen of spitten, ook jonge mensen hebben de hulp van Hans nodig. ‘Je kunt het niet altijd aan iemand zien waarom ze het niet redden met de tuin. Mensen kunnen alle soorten problemen hebben. Het maakt mij niet uit.’


Hooien

Een tip van Hans: bel niet te laat. ‘Mensen schuiven het een tijdje voor zich uit, ze vinden het moeilijk om hulp in te roepen. Of misschien denken ze dat ze binnenkort wel weer aan de tuin toekomen, of dat familie wel wil bijspringen. Maar als het onkruid al een tijdje kan woekeren, is het lastig om het er helemaal uit te krijgen. Soms lijkt het wel hooien! En volwassen onkruid heeft dikke, taaie wortels, die trek je niet zo makkelijk uit de grond.’

Dan maar tegels in de hele tuin? Makkelijk onderhoud, geen ruimte voor onkruid... Maar Hans vindt dat een slecht idee. ‘Waar moet het water heen? Wat blijft er voor de vogels en de insecten? Nee, een tuin kun je beter groen houden. Dat betekent niet dat je er veel werk aan hebt. Kies bijvoorbeeld voor bodembedekkers, dan groeit het mooi vol en krijgt het onkruid geen kans meer. Laat een paar struiken staan en kies bloeiende perkplanten en bloemen voor de bijen. Op bepaalde plekken kun je straatsteentjes leggen, zodat je er lekker kunt zitten of makkelijk overal bij kunt komen.’


‘Vraag naar mij’

Aan de muur hangt binnenkort een portretje dat een tevreden klant, een kunstenaar, van hem gaat tekenen, ‘als bedankje, prachtig toch?’ en als het tuinleven weer begint, komt Hans weer in de spieren. Bij vertrouwde adressen, verwacht hij. ‘Tegen een paar mensen heb ik gezegd: bel in de lente weer naar het Vrijwilligerspunt en vraag maar naar mij. Het gaat niet alleen om de tuin, het gaat ook om het sociaal contact.’


Foto: Hans samen met Hillie Groot waar Hans ook de tuin doet.

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

André en Marian Stolk regelen de carnavalsoptocht

| Doe es gewoon vrijwillig

Elk jaar barst beneden de rivieren het carnaval los, maar in West-Friesland blijft het stil. In heel West-Friesland? Nee, in Enkhuizen weten ze ook wel wat hossen is. Alle haringhoppers in Haringdonk genieten van een optocht met tientallen karren en loopgroepen. André en Marian Stolk leiden dat al 25 jaar in goede banen. ‘De waardering van de vereniging en de vrolijke gezichten langs de route, daar doen we het allemaal voor.’ De voorbereidingen voor carnaval beginnen al maanden van tevoren. Als de eerste carnavalsvierders aan het einde van de zomer gaan brainstormen over hun outfits en thema’s voor komend jaar, zitten Marian en André aan tafel met de andere bestuursleden om te bepalen hoe ze het dit jaar gaan aanpakken. ‘Carnaval in Enkhuizen is uitbundig, en dat is al jaren zo. Maar we zijn niet de enige in West-Friesland: in Zwaag kunnen ze ook een feestje bouwen.’ Smalle straatjes In de carnavalsoptocht in Enkhuizen, in de carnavalstijd omgedoopt tot 'Haringdonk’, slingeren zo’n 25 groepen en karren door de historische binnenstad. Je voelt de bui al hangen: smalle straatjes, krappe bochten: dat moet allemaal worden geregeld. ‘Samen met mijn man zorg ik ervoor dat er geen enkele obstakel op de route staat,’ zegt Marian Stolk. ‘We vragen of winkels hun uitstallingen binnen willen zetten, verzoeken mensen om de auto even ergens anders te parkeren. En zijn ergens werkzaamheden? Dan controleren we of de steiger op tijd weg is.’ Enthousiasme André en Marian coördineren de verkeersregelaars, zorgen voor een veilige optocht en ruimen achteraf alles weer op. Dat doen ze al ruim 25 jaar, en de laatste 15 jaar zijn zij het aanspreekpunt. ‘Marian zorgt ervoor dat alle verkeersregelaars de cursus op tijd hebben gevolgd', vertelt André. ‘Mensen moeten weten hoe ze bijvoorbeeld het verkeer moeten stoppen, en weer vrijgeven. Gelukkig hebben we veel enthousiaste mensen in onze ploeg, die het hartstikke leuk vinden om dat te doen. Zelfs jongeren zijn razend enthousiast over hoe leuk en gezellig het is om hieraan mee te helpen.’ Muziek door elkaar Samen maken ze een indeling van de optocht. Ze bepalen de volgorde van de wagens en de groepen, en zorgen voor genoeg afwisseling. Marian: ‘Allemaal wagens achter elkaar met verschillende muziek, dat werkt niet, dan kun je het van allebei niet goed horen. We wisselen dat af met loopgroepen die geen eigen muziek mee hebben. En de wagens die afgelopen jaar achterin de optocht reden, krijgen nu een plek op kop. En we maken een lijst voor de jury, want iedereen die meedoet maakt kans op prijzen voor de mooiste uitdossingen.’ Top secret! Marian en André weten dus, samen met nog één bestuurslid van de Haringhoppers, precies er meedoet aan de optocht dit jaar. ‘Die informatie is top secret', zegt André. ‘We mogen de lijst met niemand delen, zelfs niet verklappen wie er mee doen en al helemaal niet welke thema’s de groepen hebben gekozen. We zijn niet om te kopen en zelfs de burgemeester krijgt deze gegevens niet van ons!’ Pas vlak voordat de optocht begint, zien ze de uitdossingen en de carnavalswagens. ‘Het is elk jaar weer prachtig als ze allemaal op het plein staan, waar de blaaskapel ook speelt. Echt, daar ziet het dan zwart van de mensen, en je ziet hoe iedereen ervan geniet.’ Goed geregeld Wacht even: dat betekent dat André en Marian bij elke carnavalsoptocht aanwezig zijn. Maar ze kunnen niet mee-feesten, en ze zijn niet verkleed! André: ‘Nee, in een clownspak kunnen we het verkeer niet regelen, we hebben van die lichtgevende hesjes aan. Het hossen met een biertje moet wachten, verkeer regelen is een serieuze zaak. Maar dat komt wel als de optocht achter de rug is. Als we de route hebben gecheckt en eventueel achtergebleven confetti of serpentines hebben opgeruimd, dan is het voor ons ook tijd om te gaan feesten. En altijd als we dan het café binnenkomen, horen we: bedankt jongens, dat was goed geregeld!’ Zilveren speld Marian en André Stolk kregen voor hun vrijwilligerswerk een zilveren vrijwilligersspeld van Enkhuizer wethouder Dorus Luyckx. Hij zette op 19 oktober vijf vrijwilligers in het zonnetje, die zich allemaal al 25 jaar of langer vrijwillig inzetten voor de gemeente Enkhuizen. (Op de foto: Marian en André, 2e en 3e van links)
Lees meer

Alex is vrijwillige brandweerman

| Doe es gewoon vrijwillig

Zit de kat al dagen in de boom en durft hij er niet meer uit? Of houdt de lift ermee op tussen twee verdiepingen? Een omgewaaide boom? Momenten waarop de brandweer in actie komt. Maar de vrijwillige brandweer komt ook bij heftige situaties, zoals ernstige auto-ongelukken. ‘De brandweer is één grote familie’, vertelt vrijwillig brandweerman Alex Roggeveld. ‘We houden elkaar goed in de gaten.’ Als 23-jarige meldde Alex zich aan voor de vrijwillige brandweer. ‘Ik wilde graag mensen helpen, dat was mijn motivatie. Ik had geen idee hoe het werk van de brandweer er uitzag. Het is een gekke wereld, want iedereen rent een brandend huis uit en wij moeten er juist naar binnen.’ Inmiddels is hij ruim dertig jaar vrijwilliger bij de brandweer in Enkhuizen. ‘We zien vaak de andere kant van het leven. Soms moeten we bijvoorbeeld met een hoogwerker helpen bij het ziekenvervoer van iemand die absoluut horizontaal vervoerd moet worden, afhijsen noemen wij dat. Tja, dan heb je het wel over mensen die erg ziek zijn. Ook worden we ingeschakeld om verkeersslachtoffers uit een autowrak te zagen. En bij het blussen van een brand hebben we natuurlijk te maken met mensen die alles wat ze hebben, zijn kwijtgeraakt. Heftige ervaringen, stuk voor stuk.’ Praten, praten, praten Hoe gaan de brandweermannen daarmee om? ‘Praten, praten, praten’, zegt Alex. ‘Na zo’n gebeurtenis zoeken we elkaar op en we gaan erover in gesprek. Dezelfde avond of nacht nog, als dat zo uitkomt. Ik ben inmiddels een ouwe rot op de kazerne en ik hou de jonge garde goed in de gaten. Als ik me zorgen maak, spreek ik ze later aan als ze alleen zijn, of ik bel op. Niet iedereen vindt het makkelijk om z’n gevoelens te delen in een groep.’ Vrijwilligers die zich aanmelden voor de brandweer, kunnen rekenen op de nodige opleidingen, trainingen en soms vergaderingen. Elke week houdt de groep oefeningen, om de kennis op peil en de reflexen scherp te houden. ‘Het is wel de bedoeling dat je daarbij aanwezig bent. Als iemand een paar keer verstek laat gaan, vraag ik dat na. Soms hebben ze het gewoon druk op hun werk of met hun gezin, soms zit er iets meer achter. En soms trekt iemand het werken als brandweerman toch niet, en dat is niks om je voor te schamen. Iedereen doet z’n stinkende best om mensen te helpen, of dat nou bij de brandweer is of niet.’ Kat uit boom Naast de heftige ervaringen staan ook prachtige momenten, vertelt Alex. ‘We maken bijzondere dingen mee. Bijvoorbeeld de jaarlijkse kinderfeestweek, waarin we met zieke kinderen naar Artis gaan. Als je ziet hoe ze genieten, heb ik weer energie voor tien. Ook geven we demonstraties op scholen. En mensen zijn meestal erg blij om ons te zien als ze in de lift vast zitten, of als we hun kat uit de boom redden.’ Het team van de brandweer vormt een hechte groep, Alex vergelijkt het met een familie. ‘We weten elkaar te vinden. Zit iemand in de problemen, dan helpen we elkaar. Toen ik vijftig werd, kwam het hele corps me feliciteren. Een bijzondere groep mensen.’
Lees meer

Meneer Cees komt voorlezen

| Doe es gewoon vrijwillig

Voorlezen is een goede manier om de woordenschat van kinderen te vergroten. Daarom gaat Cees Bakker via het project Samenvoorlezen van Vrijwilligerspunt Westfriesland al jaren naar kinderen met een taalachterstand toe, om daar samen in de boeken te duiken. ‘Ik probeer er zo snel mogelijk achter de komen wat er aan de hand is. Het mooiste is als de ouders uiteindelijk zelf gaan voorlezen, en soms lukt dat ook.’ Na zijn pensioen zette Cees Bakker (74) zich in voor Vluchtelingenwerk, toen een foldertje van het project Samenvoorlezen in zijn brievenbus viel. Dat leek ‘m wel wat. ‘Ik zag dat het voor allochtone gezinnen niet altijd makkelijk is om hier een plek te veroveren. Taalbeheersing speelt daarbij een belangrijke rol. Op deze manier zou ik ze daarbij kunnen helpen.’ Een intake en een training bij Vrijwilligerspunt volgde, en toen kon Cees aan de slag. Zijn aanpak is iets anders dan andere voorlezers, vertelt hij. ‘Ik pak het zo breed mogelijk aan. Ik leg contact met de school en eventueel met logopedie om erachter te komen wat er aan de hand is. Op die manier kunnen we samen gericht werken aan knelpunten. Ik heb een schriftje voor elk kind, waar ik in schrijf wat we doen en wat de vorderingen zijn, zodat het kind dat aan de leraar en de logopedist kan laten zien.’ Rust en stilte Soms moeten kinderen even wennen aan Cees, en andersom. ‘Een jongetje rende meteen weg toen ik voor de deur stond, maar hij was na twee keer aan me gewend: toen stond hij me bij de deur al op te wachten. Soms kom ik bij gezinnen waar behalve het kind waar ik mee ga lezen, ook nog een paar broers en zussen rondlopen, iemand zit te bellen en de spelcomputer en de televisie staan aan. Kijk, dan lukt het niet, we hebben rust en stilte nodig. Ik leg dan uit dat het de bedoeling is dat het kind en ik rustig kunnen lezen, de rest moet maar even buiten of ergens anders gaan spelen en de televisie gaat uit. Kopje thee, koekje, en dan gaan we beginnen.’ Hulp bieden in de buurt De kinderen noemen hem ‘meneer Cees’ op zijn eigen verzoek. ‘Eerst werd ik wel meester genoemd maar ik ben geen docent. Ik ben gewoon iemand uit het dorp, ik vind het belangrijk dat ik gezinnen kan helpen die bij mij in de buurt wonen. Dan kan ik er lopend of op de fiets naartoe, in de winter wil ik niet ver van huis.’ Dat vindt Cees een voordeel van dit vrijwilligerswerk. ‘Ik geef aan wanneer ik tijd heb en wanneer niet, want in de zomer gaan we lekker een paar weken weg met onze camper. Soms denken mensen dat je aan van alles vastzit als je je opgeeft voor vrijwilligerswerk, maar dat is hier zeker niet zo. Heb ik geen tijd, dan heb ik geen tijd. Uiteraard stem ik dat wel altijd af met de ouders of verzorgers.’ Vertel je eigen verhaal Hij neemt zelf boeken mee, of ze lezen een boek uit de bibliotheek. ‘Soms gebruik ik een boekje van onze eigen kinderen, ik denk dat het wel vijftig jaar oud is. Er staan geen teksten in, alleen maar mooie illustraties op allerlei gebied. Ik kan peilen wat het taalniveau zo’n beetje is door te vragen wat er is afgebeeld. Soms speel ik dat ik het zelf niet zo goed begrijp, zo lok ik een reactie uit. De kinderen verbeteren me graag, en dat is goed voor hun zelfvertrouwen.’ Of het boekje gaat dicht, en Cees vraagt: kun je vertellen wat we net hebben gelezen? ‘Een van de kinderen ging een heel verhaal vertellen, over een vliegtuig en een vakantie, maar dat stond helemaal niet in het boek. Hij vertelde gewoon over zijn eigen vakantie: dat is toch ook prachtig?’ Schoolcijfers Toch is Cees terughoudend over het effect van het voorlezen door hem. ‘Kinderen vinden het allemaal erg leuk, dus ze hebben twintig keer een leuk uur voorgelezen, maar ik vind het lastig hoe je het effect van het voorlezen zou moeten meten. Op school is het kind ook weer twintig weken verder met taal. Sterker nog: één kind was juist enorm vooruitgegaan toen ik er een paar weken niet was. Wat bleek? Zijn moeder was hem intensief gaan voorlezen en dat had kennelijk een enorm effect. Het is de bedoeling van het project om de ouders aan te zetten vaker voor te lezen, dus in dat opzicht had ik een bewezen succes.’ Ook voorlezer worden? Stuur een mail naar [email protected]
Lees meer