Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | juli 2021 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Tiny leest kinderen voor

Tiny Immen is voorlezer bij Samenvoorlezen van Vrijwilligerspunt. Met veel plezier leest ze voor aan kinderen van een jaar of 5 tot 10. ‘Van het voorlezen krijgen ze een grotere woordenschat. En dat is belangrijk als je goed wilt meedoen op school.’ Al vier jaar leest ze elke week voor uit de boekjes die de kinderen zelf hebben uitgezocht in de bieb.


Het voorlezen zit haar in het bloed, want Tiny was vroeger een echte voorleesmoeder. ‘Jip en Janneke las ik graag voor aan mijn kinderen, Pluk van de Petteflet was ook een favoriet.’ Vier jaar geleden meldde ze zich aan als voorleesvrijwilliger. Ze is al bij ongeveer acht gezinnen over de vloer geweest. Twintig weken lang komt ze wekelijks langs voor een voorleesuurtje. Geen Pluk, maar prentenboeken. ‘De kinderen hebben een taalachterstand, bijvoorbeeld omdat Nederlands niet hun moedertaal is. Dus ik zoek iets met veel plaatjes. En het voorlezen moet niet te lang duren, ze hebben op die leeftijd nog niet de concentratie om lang stil te zitten.’


Springen

Stilzitten en luisteren hoeft ook helemaal niet als Tiny voorleest. ‘We zijn juist veel aan het kletsen. Dat begint al voor het voorlezen. Ik laat het boek eerst dicht, dan kijken we samen hoe het eruit ziet. Zou dit een spannend boek zijn? Waar zou het over gaan? Wat zie je allemaal? Daar praten we over. En dan pas gaat het voorlezen beginnen. Tijdens het lezen zijn we ook veel in gesprek. Soms om woorden uit te leggen, dat is niet altijd zo makkelijk. Hoe vertel je bijvoorbeeld wat ‘gevoelens’ zijn, of ‘geheimen’? Om het woord ‘bewegingen’ uit te leggen, stond ik vorige week met mijn voorleeskindje te springen in de kamer.’


Ik zie ik zie…

Genoeg voorgelezen? Dan heeft Tiny altijd nog een spelletje Memory in de tas, ze speelt ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet’, of een spelletje met rijmwoorden. En het leuke is: de ouders doen gezellig mee. ‘Die pikken zo ook weer mooi wat nieuwe woorden op, want meestal zijn het mensen waar Nederlands niet de moedertaal is. Bij een gezin waar ik een paar jaar geleden voorlas, zag ik dat de moeder dingen aan het opschrijven was. Ze wilde alle woorden begrijpen, zodat zij ’s avonds hetzelfde boekje kon voorlezen aan haar kind.’


Zelf naar de bieb

Kinderen kiezen zelf uit welke boeken ze willen lezen, want Tiny neemt ze mee naar de bibliotheek. ‘Een abonnement voor een kind is helemaal gratis. Ik laat aan het kind en de ouders zien waar de kinderboeken staan en ik stel ze voor aan de bibliothecaresse, mochten ze nog vragen hebben. En vanaf dat moment kunnen de kinderen zelf uitkiezen welke boeken we gaan lezen.’ Is dat altijd een prentenboek? ‘Een tijdje geleden was er een jongen dat graag een boek ‘met allemaal plaatjes’ wilde lezen. Bedoel je een stripboek, vroeg ik hem? Ja, dat wilde hij graag. Zijn vader zag het niet helemaal zitten, maar ja, verbieden werkt vaak averechts. Dus hij heeft een stripboek opgehaald bij de bieb en ik ging elke week een pagina voorlezen. Hij kwam er zelf achter dat zo’n stripboek nog een beetje te moeilijk was, na twee weken heeft hij het weer ingeleverd in de bibliotheek.’


Over naar groep 3

Samen een boek lezen, of voorgelezen worden, is hartstikke gezellig. Maar het is ook erg nuttig. ‘De woordenschat van de kinderen wordt door het voorlezen veel groter’, vertelt Tiny. ‘Een paar keer heb ik voorgelezen bij kinderen die van de juf of meester nog niet van groep 2 naar groep 3 mochten, omdat hun Nederlands nog niet goed genoeg was. Dat verandert heel snel als we elke week voorlezen. Die woordenschat is belangrijk, als je goed bent in taal, wordt de rest op school ook makkelijker.’


Kippenvel

Bovendien kan Tiny vertellen over Nederlandse gewoontes, die gezinnen die nog niet lang in Nederland wonen maar raadselachtig voorkomen. ‘Toen Sint Maarten eraan kwam, heb ik het daarover in het voorleesuurtje met een Syrische tweeling uitgebreid over gehad. Waarom worden er snoepjes uitgedeeld? En wat gaat er op 11 november gebeuren? Niet alleen de kinderen wilden het weten, ook hun moeder was erg geïnteresseerd. Ik zei tegen haar: het lijkt me moeilijk om hier te wonen en te wennen, als het zo anders is dan in Syrië. En zij zei: het was nog veel moeilijker om in Syrië te blijven. Ik krijg gewoon weer kippenvel als ik het vertel, want zo is het natuurlijk. Mensen hebben heel wat achter de rug en proberen dan hier een plek te vinden.’


Samenvoorlezen

Wil je net als Tiny voorlezer worden? Dat kan via Samenvoorlezen van Vrijwilligerspunt. Voor aanmelden of meer informatie kun je contact opnemen met Anouschka Timm, 0229 - 216499 / 06 - 29372613 of via [email protected].


Op de foto: Adam die wordt voorgelezen door Tiny






Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Thérèse schrijft levensverhalen

| Doe es gewoon vrijwillig

Een grote internationale carrière, een indrukwekkende reis of juist een bescheiden leven met alledaagse gebeurtenissen, iedereen heeft een verhaal te vertellen. Het team van vrijwilligers van Humanitas West-Friesland, afdeling Levensboeken, heeft inmiddels al ruim vijftig boeken met levensverhalen geschreven. Thérèse Beemsterboer, een van de elf vrijwillige schrijvers: ‘Mensen geven hun persoonlijke levensboek met hun eigen levensverhaal cadeau aan de kinderen, familie en vrienden.’ Een boek schrijven is een flinke klus, vertelt Thérèse. ‘Ik ben er ongeveer een jaar mee bezig. Via Levensboek van Humanitas word ik gekoppeld aan een verteller, zoals we dat noemen, en daar hou ik ongeveer tien tot twaalf interviews mee. Tussen ieder interview zit telkens een paar weken, want voor een verteller kan het intensief zijn om herinneringen uit het verleden weer op te halen en te delen met mij. En ik heb dan even de tijd om vast te leggen wat ik heb gehoord.’ In die fase, van zes tot negen maanden, van praten en luisteren, maakt Thérèse van alle informatie een goedlopend persoonlijk verhaal. Dat kan eventueel worden geïllustreerd met foto’s, diploma’s of andere beelden, passend bij het levensverhaal. Een vrijwillige eindredacteur en een vormgever van Levensboek zorgen voor de finishing touch en na ongeveer een jaar ligt het boek bij de drukker. ‘We laten zoveel exemplaren drukken als de verteller wil.’ Verdiepen in iemands leven Hoe is Thérèse schrijver van levensverhalen geworden? Ze werkte jarenlang in de zorg, maar schrijven had altijd haar interesse. Een vriendin deed dit vrijwilligerswerk al, en toen Thérèse klaar was met werken, heeft ze zich ook aangesloten bij de schrijfgroep Levensboek in West-Friesland. ‘In het ziekenhuis had ik maar korte tijd voor een intake in de spreekkamer, nu kom ik letterlijk bij mensen thuis en krijg ik ruim de tijd om me langer en grondiger in het verhaal van iemand te verdiepen. Samenwerken met de andere schrijvers is ook interessant, we volgen workshops om ons schrijfwerk te verbeteren en we houden intervisiebijeenkomsten met elkaar.’ Die worden georganiseerd door de werkgroep Levensboek. Levensverhaal cadeau Inmiddels werkt Thérèse aan boek nummer drie. Het werk blijft haar fascineren. ‘Sommige mensen maken indrukwekkende zaken mee, anderen hebben zo op het eerste oog weinig avonturen beleefd. Maar elk leven, groot of klein, heeft z’n eigen verhaal. Het is prachtig om dat te horen. Mensen delen hun jeugdherinneringen en hun levenslessen, vertellen over hun kinderen en hun loopbaan. Soms gaat een boek over één specifiek onderwerp uit het leven van een verteller en wordt het meer een themaboek. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen wat te vertellen heeft.’ Soms melden mensen zichzelf aan bij Humanitas om hun levensverhaal te laten vastleggen, soms krijgen ze het traject cadeau van hun kinderen of kleinkinderen. ‘Genoeg mensen die te horen krijgen: je vertelt altijd zulke leuke dingen, dat moet je eens vast laten leggen. Straks ben je er niet meer en dan zijn die mooie ervaringen ook weg, dat zou toch jammer zijn?’ Boek van de verteller Al die grote en kleine verhalen bij elkaar scheppen ook een tijdsbeeld van onze streek, want het team van Thérèse werkt alleen in West-Friesland. ‘Daarom bieden we de mogelijkheid aan de verteller om een exemplaar van zijn levensboek te schenken aan het Meertens Instituut (een onderzoekinstituut voor Nederlandse taal en cultuur, red.). Zij kunnen dan inzicht krijgen in hoe bijvoorbeeld feestdagen worden gevierd in de regio en door de jaren heen.’ De levensboeken komen niet bij de boekhandel of in de bibliotheek terecht, vertelt Thérèse. ‘Het is echt het persoonlijke levensboek van de verteller. Het gaat erom dat zijn of haar levensverhaal zo mooi mogelijk wordt vastgelegd. En als schrijver ben ik daaraan ondergeschikt.’
Lees meer

Rummikuppen en kletsen

| Doe es gewoon vrijwillig

Voor haar studie Social Work bij InHolland Alkmaar moest Cheyenne Aker stage lopen. Ze koos voor het MDT-traject en kwam bij Vrijwilligerspunt terecht. Haar uren liep ze bij een dagbesteding voor ouderen in Hoogkarspel en bij Bets (85) uit Westwoud. 'Ook nu mijn MDT is afgelopen zie ik Bets nog steeds. Al is het maar een half uurtje per week, we worden er allebei heel blij van.' Iets met kinderen, of met mensen met een beperking? Nee dat sprak Cheyenne niet aan. 'Hoewel ik nu een stage loop met mensen met een beperking en dat is echt superleuk! Maar toen wist ik het echt niet', vertelt Cheyenne. 'Fleur Neefjes van Vrijwilligerspunt vertelde me over Bets en eigenlijk leek dat me meteen een hele leuke plek om mijn MDT te lopen.' Bij MDT (maatschappelijke diensttijd) doe je minimaal 80 uur vrijwilligerswerk bij een maatschappelijke organisatie of een-op-een zoals Cheyenne deed bij Bets. Tijdens het MDT-traject word je begeleid door Vrijwilligerspunt, krijg je trainingen om jezelf verder te ontwikkelen en ontvang je uiteindelijk een erkend Europees certificaat. Kletsen en een spelletje Cheyenne: 'Ik ging eerst met iemand van MEE & de Wering mee naar Bets. Ik vond het eerlijk gezegd wel heel spannend en ongemakkelijk. We schelen ruim 60 jaar, dus dat is heel wat. Hoe leg ik het contact? Waar heb ik het over? Maar het viel allemaal hartstikke mee, want Bets is heel praterig en het klikte meteen. De tweede keer ging ik dan ook alleen. Bakkie erbij en kletsen maar. Vooral over vroeger en daar heeft Bets veel over te vertellen! Dan vertelt ze over wat ze voor werk deed en hoe ze haar inmiddels overleden man heeft ontmoet. Ik vertel haar ook over mijn leven: mijn studie, werk, vakanties en over uitgaan met mijn vriendinnen. Dat vindt ze heel leuk om te horen. Maar we hebben het ook over serieuze dingen, bijvoorbeeld over de ellende die zich afspeelt in de wereld. We hebben echt leuke en interessante gesprekken en ik leer veel van haar.' Er wordt niet altijd geklets, ook de spelletjes komen uit de kast. 'Rummikub of ganzenborden. Dat vindt Bets leuk om te spelen. Ik ook, al moest ik wel weer even de spelregels doornemen. Spelletjes vind ik vooral leuk als ik win, dus ik ben heel fanatiek!' Dagbesteding Iedere twee weken ging Cheyenne twee uurtjes op bezoek bij Bets. 'Daarmee haalde ik de benodigde 80 uur niet, daarom zocht ik er nog een stageplek bij. Via Vrijwilligerspunt kwam ik terecht bij Het Noorderlandhuis, een dagbesteding voor ouderen in Hoogkarspel. Toch weer anders, want je hebt iets minder contact met de ouderen. Ze zijn vooral zelfstandig bezig. Maar een praatje maken is er altijd bij en vooral het samenwerken met collega’s heb ik daar geleerd. Je staat er met z’n tweeën, dus hoe verdeel je de taken? Je helpt elkaar waar nodig en bespreekt de dag samen. Ik heb daar ook geleerd om te plannen en dat helpt me weer in mijn privéleven. Ik moet naar school, ik loop stage, ik werk en heb een paard. Best veel, dus een goede tijdsplanning is wel zo fijn.' Blijvend contact Ondanks dat Cheyenne haar MDT heeft afgerond, ziet ze Bets nog steeds. 'Ze liet me weten dat ze zich vaak eenzaam voelt, nu haar man is overleden. Ze kijkt echt uit naar mijn komst. Hoewel ze vergeetachtig aan het worden is, herkent ze me nog steeds en is ze steeds zo blij als ze me ziet! En daar haal ik natuurlijk ook heel veel plezier uit. Al kom ik maar een half uurtje, ze knapt er zo van op. En voor mij een kleine moeite, maar vooral: ik vind het ook heel gezellig. Dus ik blijf gewoon geregeld bij haar op bezoek komen!'
Lees meer

Hòfi Chikí voor een groenere en gezondere leefomgeving

| Doe es gewoon vrijwillig

Vrijwilliger zijn van een vrijwilligersorganisatie duizenden kilometers verderop? Dat kan natuurlijk ook! Miranda Zwart is nu ruim drie jaar voorzitter van de stichting Hòfi Chikí. Hòfi Chikí plant op Curaçao kleine bosjes met inheemse bomen en planten in urbane en rurale gebieden. Miranda: 'Natuur is hartstikke belangrijk voor mens en dier en ik zet me daarom graag in om het prachtige Curaçao nog een stukje mooier en groener te maken. Meer groen zorgt namelijk voor meer biodiversiteit, een betere luchtkwaliteit, verminderede wateroverlast en biedt een gezonde speel- en leeromgeving voor de kinderen op Curaçao. We hopen dat meer mensen onze stichting willen ondersteunen.' Lennart Bak is de oprichter van Hòfi Chikí. In 2016 raakte hij geïnspireerd door de beweging Tiny Forest. Een beweging die de ‘Do it yourself’-methode heeft ontwikkeld waarmee mensen zelf een tiny forest kunnen bouwen. Toen Lennart in 2018 naar Curaçao verhuisde, wilde hij ook hier deze beweging van de grond krijgen. In 2021 richtte hij officieel de Stichting Hòfi Chikí op. In 2020 bezocht Miranda samen met nog vijf vriendinnen hun vriendin op Curaçao, de vrouw van Lennart. Miranda: 'Lennart nam ons mee naar het bos naast de basisschool Klein College. Het is het eerste tiny forest van Curaçao dat geplant is. We waren echt onder de indruk. Het beslaat een gebied van 160m2 en bevat zo’n 480 inheemse struiken, heesters en bomen van 41 verschillende soorten. Alsof je ineens in een heel andere wereld bent beland!' Leren over boompjes en beestjes Het land waar het bos op groeit, ligt naast de tuinkas van de school. Miranda: 'En dat is nou het mooie van dit tiny forest project. Het is niet alleen een manier om Curaçao te vergoenen, maar het project is ook onderdeel van het educatieve Natuur en Milieu Educatieprogramma van de school. De kinderen krijgen les tussen het groen en leren over alles wat er groeit, bloeit en leeft. Ze leren over de soorten insecten die hier leven, de bomen en struiken die hier groeien en vooral wat natuur doet voor mens en dier. Geweldig dat zo twee mooie doelen in een klap worden gerealiseerd.' In maart 2023 is het tweede tiny forest geplant; Tiny Forest Groot Piskadera, naast de Universiteit van Curaçao. Een bos van maar liefst 250m2 met 750 inheemse struiken, heesters en bomen. Ook dit bos heeft een educatieve rol. 'Het blijft natuurlijk niet bij deze twee projecten. Onze droom is dat het hele eiland straks met elkaar verbonden is door tiny forests, zodat dieren van de ene naar de andere kant kunnen en Curaçao altijd groen is.' Ja, ik doe mee! De stichting draait volledig op vrijwilligers, fondsen en giften. Vrijwilligers die wonen op Curaçao, maar ook in Nederland. Miranda: 'De stichting zocht een voorzitter en Lennart vroeg me na het bezoek of het iets voor mij was. Hartstikke slim natuurlijk van hem… Hij zag dat ik enthousiast was en dat ik natuur, maar ook het besef van de waarde van natuur heel belangrijk vind om door te geven. En als je het niet vraagt… Natuurlijk zei ik ‘Ja, ik doe mee!’. Dat natuur niet vanzelfsprekend is, realiseren we ons veel te weinig. Je moet echt leren dat het bestaan van bomen, struiken en beestjes een doel heeft en dat het allemaal met elkaar in verband staat. Dat kun je niet jong genoeg leren. Met Hòfi Chikí wordt bijgedragen aan de natuur en de biodiversiteit. Het is dan toch geweldig dat je daaraan kunt en mag bijdragen?' Communicatie op afstand De vrijwilligers van Hòfi Chikí wonen op Curaçao en in Nederland, is dat niet onhandig? Miranda: 'Het is belangrijk dat alle vrijwilligers betrokken blijven en daar doen we als bestuur alles aan. Natuurlijk is dat een uitdaging als de vrijwilligers zo ver van elkaar zitten. En dan heb je ook nog het tijdsverschil. Maar, het lukt ons om geregeld “de koppen bij elkaar” te steken, digitaal uiteraard. Het is ook een voordeel dat er vrijwilligers zijn die in Nederland wonen. Zo biedt Nederland meer mogelijkheden om fondsen aan te vragen. Het is dan natuurlijk ook handig dat ik directeur-bestuurder van Vrijwilligerspunt Westfriesland ben: met het uitgebreide netwerk van Vrijwilligerspunt weten wij welke paden we moeten bewandelen om bij de juiste fondsen binnen te komen.' Meer vrijwilligers Hòfi Chikí kan meer vrijwilligers gebruiken. Miranda: 'We hebben een aantal vacatures openstaan en daarvoor hoef je dus echt niet per se op Curaçao te wonen! Zo zoeken we een communicatiespecialist die ons wil helpen met de bekendheid van Hòfi Chikí. Door het bijhouden van de website, het delen van mooie verhalen en successen via persberichten, social media en nieuwsbrieven. We weten namelijk zeker dat we door te vertellen over wat we doen, we nog meer mensen enthousiast kunnen maken ons te komen helpen. Want de natuur naar mens en dier brengen; dat is toch fantastisch om aan bij te dragen?!' Ook vrijwilliger worden bij Hòfi Chiki? Je vindt hier de openstaande vacatures.
Lees meer