Navigatie overslaan
Vrijwilligerspunt Home
  • Alkmaar
  • Voor bedrijven
  • Voor jongeren
Account aanmakenLog in

Contact

  • Maelsonstraat 12, 1624 NP Hoorn, Nederland
  • [email protected]
  • 0229-216499, WhatsApp: 06-10533987

Vrijwilligerspunt

  • Vacaturebank
  • Hulp Dichtbij
  • Trainingen & Workshops
  • Taalhuis
  • Voor jongeren
  • ANBI status

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | juli 2021 | Doe es gewoon vrijwillig | 3 min lezen

Ans deelt liefde voor lezen via Samenvoorlezen

Haar hele leven is ze al een boekenwurm. Dus toen Ans van Dijk een oproep zag van Samenvoorlezen, op zoek naar voorlezers, wist ze meteen: dat is iets voor mij. Inmiddels heeft ze de afgelopen jaren al zo’n vijftien kinderen voorgelezen. ‘En ik lees al die kinderboeken eerst zelf. Ik moet toch weten wat ik voorlees?’


De eerste keer voorlezen kan ze zich nog goed herinneren. Samen met de begeleider van het project belde ze aan bij een gezin uit Sudan. ‘Zij ging even praten met de ouders, ik ben gaan zitten op de bank en haalde de boekjes uit mijn tas. En vanaf dat punt loopt het vanzelf: de kinderen kiezen een boekje, ik sla het open en ons avontuur begint.’


Gek op lezen

Het voorlezen zit Ans in het bloed. Ze is niet alleen voorlezer voor Samenvoorlezen, ze leest ook voor bij een kinderdagverblijf en sinds kort leest ze elke woensdagochtend een verhaaltje voor aan de kleintjes in de bibliotheek in Bovenkarspel. ‘Ik ben gek op lezen, anders begin je niet aan dit vrijwilligerswerk,’ zegt Ans. ‘Mensen die geen tijd hebben om te lezen? Daar snap ik niks van, daar heb ik altijd tijd voor. Ik lees alles wat los en vast zit, al van jongs af aan. Niet alleen romans, maar ook boeken over tuinieren en over reizen. En kinderboeken, want om het goed voor te lezen, moet ik een boek natuurlijk wel kennen.’


Voorleestrucs

Inmiddels heeft Ans goeie voorleestrucs. Ze begint altijd met prentenboeken, liefst met zo weinig mogelijk tekst. ‘Dan kunnen vader en moeder in hun eigen taal ook met dat boekje aan de slag.’ Kleine kinderen hebben maar een korte aandachtspanne, dat weet Ans heel goed. ‘Een uur voorlezen is voor jonge kinderen gauw te lang. We doen dan ook spelletjes. Ik neem bijvoorbeeld memory-kaartjes mee, en dan vraag ik of ze de olifant willen pakken, of de kever. En zo oefenen we toch het Nederlands een beetje.’


En ze betrekt de kinderen bij het voorlezen, bijvoorbeeld door ze een rol te laten spelen bij het verhaal. Bij één boek heeft ze vingerpoppetjes, waar de kinderen tijdens het lezen mee kunnen spelen. Van de Gruffalo heeft ze een jubileumuitgave gekocht. ‘De kaft vouw je uit tot een theater, zo kun je het verhaal van de Gruffalo naspelen. Kinderen vinden het prachtig, dat heb ik bij het kinderdagverblijf uitgeprobeerd. Als ik zo’n mooi boek zie in de boekenwinkel, kan ik het niet laten liggen!’


Voor grotere kinderen kiest ze andere boeken. ‘Ik kijk naar het leesniveau, dat wordt ook op boeken aangegeven. Maar na leesniveau AVI 5 houdt dat een beetje op. Dan bepalen we gewoon samen welk boek leuk is om te lezen. Liever iets met grotere letters, dat leest makkelijker. Een meisje van tien, waar ik nu al jaren voorlees, wil beginnen aan het Dagboek van een Muts. Nog nooit van gehoord, maar het lijkt me erg leuk.’


Corona: slim zijn

Door de corona-maatregelen moet Ans afstand houden van de grote kinderen die ze voorleest. Hoe moet dat nou, als je niet samen in het boek kunt bladeren? Daar heeft Ans iets op gevonden. ‘Ik leen bij de bibliotheek twee exemplaren van hetzelfde boek. Dan zitten we tegenover elkaar aan tafel, met voldoende afstand, en lezen we in hetzelfde boek. Lezen we toch samen, maar dan op afstand!’


Kinderen uit alle windstreken

Ze was de afgelopen jaren voorlees-Ans voor kinderen uit alle windstreken. ‘Sri Lanka, Sudan, Turkije, Polen, Eritrea, Irak en Iran,’ somt ze op. Dat contact met andere culturen is voor Ans een bonus van haar werk. ‘Ik ben al eens bij mensen uitgenodigd om te blijven eten, heel bijzonder. Het leren kennen van andere culturen vind ik een verrijking.’ Dat niet iedereen dat zo ziet, vindt ze lastig. ‘Een gezin waar ik heb voorgelezen, is weggepest uit hun huis door mensen die niet wilden dat er buitenlanders woonden. Om heel verdrietig van te worden. De mensen waren doodsbang. Ze wonen nu ergens anders, het gaat goed met ze, maar ik schaam me ervoor dat dit in Nederland, bij mij in de buurt, gewoon kan gebeuren.’


Wie leest wie voor?

Voorlezen is heel goed voor de taalontwikkeling, zeker voor kinderen die een andere moedertaal spreken. Zo heeft het voorlezen ook effect op grotere kinderen, en zelfs de ouders pikken er wat van op. ‘Eigenlijk is het niet echt voorlezen, maar samen lezen. Ik lees en de kinderen lezen met me mee. Daar steken ze veel van op. Een meisje waar ik al jaren voorlees, heeft nu een ‘goed’ op haar rapport voor Nederlands. Daar ben ik heel trots op. Een vriendinnetje van een van de voorleeskinderen zei: voorlezen is toch voor baby’s? Zeker niet, zei ik. We lezen toch samen? En later als ik oud ben, kunnen jullie mij voorlezen.’

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Demi maakt een groot verschil voor Jeanette

| Doe es gewoon vrijwillig

Stel je nou voor dat je niet meer kunt lopen. Geen stap meer, omdat je benen niet meewerken. Wat dan? Het leven van Jeanette Huizen staat van het ene op het andere moment stil, ze kan niks meer zelf en heeft overal hulp bij nodig. Eens per week komt vrijwilliger Demi, die zorgt voor een vrolijk moment in de ‘dikke ellende’, zoals Jeanette het noemt. Op de terugweg van de supermarkt naar huis zakte Jeanette in elkaar. Haar benen hadden geen kracht meer, ze kon geen stap meer zetten. “Gelukkig liep ik met mijn rollator, daar ben ik op gaan zitten”, vertelt ze. “Ik kon niet meer lopen. Zittend op mijn rollator ben ik thuisgekomen. En daarna is het nog een paar keer gebeurd. Vreemde mensen moesten me overeind helpen, dat is een akelige ervaring.” Kant-en-klaar Jeanette gaat ziekenhuis in, ziekenhuis uit, maar de oorzaak is nog onbekend. Terwijl haar artsen alle mogelijke moeite doen om uit te zoeken wat er aan de hand is, schakelt Jeanette praktische hulp in. “Ik woon alleen, ik moet het zelf regelen. Dus ik heb huishoudelijke hulp geregeld, laat kant-en-klaarmaaltijden bezorgen, de buren helpen me als ze kunnen en ik heb een ergotherapeut ingeschakeld. En ik heb Vrijwilligerspunt gebeld, omdat ik graag met een vrijwilliger wilde afspreken om bijvoorbeeld de boodschappen samen te doen.” Zo simpel kan het zijn Demi kwam bij Jeanette. Vanaf moment één was dat een gouden combinatie. “We spreken elke week af. Dan gaan we naar het winkelcentrum. Lekker een visje halen bij de visboer. Zo simpel kan het zijn.” Zo’n rondje door het winkelcentrum maakt voor Jeanette een groot verschil. “Je kunt je niet voorstellen hoe belangrijk het is om wat leuks te doen, zomaar. Het is voor mij even een ontsnapping uit die dikke ellende die mijn leven op dit moment is.” Jeanette is een optimistisch type, maar het valt niet mee om positief te blijven in deze onzekerheid. “Ik kom dingen tegen die ik nooit zou hebben verwacht. Want doordat ik nu in een rolstoel zit, ben ik voor alles van andere mensen afhankelijk. De huishoudelijke hulp is nu op vakantie, ik probeer thuis wat schoon te maken, maar dat lukt echt niet.” Gezocht: nieuwe Demi Elke week spreekt Jeanette met Demi af, ze kijkt er de hele week naar uit. Maar: Demi stopt met het vrijwilligerswerk. “Ze is aan het solliciteren naar een baan. Als ze betaald werk heeft, is er geen tijd meer.” Dat is heel jammer. “Ik kan gelukkig nog steeds genieten van kleine dingen, zoals mijn breiwerk, visite van de buurkat en de vogels in de tuin. En van de bezoekjes van Demi, want die uitstapjes maken een groot verschil. Dus ik hoop dat we snel een nieuwe vrijwilliger vinden, die net zo gezellig is als Demi.”
Lees meer

Romy veranderde haar studie én zichzelf door MDT

| Doe es gewoon vrijwillig

Door Maatschappelijke Diensttijd veranderde Romy Soepboer niet alleen van studie. Ze veranderde ook naar een meer zelfverzekerde en sociale jongedame. “Ik praat nu veel makkelijker met mensen, dat durfde ik vroeger echt niet. Ik sta steviger in mijn schoenen.” “Het ging niet zo goed met mij en mijn thuissituatie”, vertelt Romy. “Ik was heel onzeker, vrienden had ik niet en thuis was ik liever niet. Ik bleef daarom vaak langer op school hangen. Dat merkten ze op school ook en mijn mentor raadde me vrijwilligerswerk aan en verwees me door naar Vrijwilligerspunt. Daar kwam ik in gesprek met Fleur van Maatschappelijke Diensttijd en ik dacht gelijk: dat is wat voor mij.” Fleur legde Romy uit dat ze met Maatschappelijke Diensttijd (MDT), totaal 80 uur vrijwilligerswerk gaat doen en met trainingen en bijeenkomsten met andere MDT’ers werkt aan haar eigen ontwikkeling. “Ik voelde me best alleen en vond het leuk dat ik nieuwe mensen kon leren kennen via MDT. Daarnaast was ik ook niet meer zo zeker of ik wel rechten wilde gaan studeren, of toch iets socialer zoals het onderwijs. MDT is een goede manier om daar achter te komen.” Romy vertelde dat ze het leuk vindt om met taal bezig te zijn. Fleur adviseerde haar om taalvrijwilliger te worden. “Ik kreeg een training van Taalhuis Westfriesland en vond het gelijk leuk. Ik was 16 toen ik als taalvrijwilliger startte. Ik vond mezelf wel nog te jong om met ouderen te werken. Daar kwam ik achter toen ik werd gekoppeld aan een Chinese vrouw. Zij was veel ouder dan ik en ik wist niet goed hoe ik daarmee om moest gaan. Gelukkig vond de vrouw het leeftijdsverschil ook te groot en Vrijwilligerspunt zocht voor mij een betere match. Uiteindelijk kwam ik bij mij op school, het Horizon College, terecht in de klas om leerlingen van 15 tot 19 jaar tijdens de lessen te helpen met hun opdrachten. Het zijn leerlingen die nieuw zijn in Nederland en nog extra ondersteuning kunnen gebruiken bij de Nederlandse taal. Ik voelde me gelijk op mijn plek. Ik begrijp ook goed waar ze vandaan komen. Ook zij voelen zich vaak eenzaam en onzeker. Door de dingen die zij hebben meegemaakt, maar ook doordat ze nog niet goed genoeg de Nederlandse taal beheersen. Door hen te helpen, krijg ik zelf meer zelfvertrouwen. Je ziet ze groeien en ze zeggen ook vaak hoe blij en dankbaar ze zijn dat ik ze help.” Hoewel Romy inmiddels haar MDT heeft afgerond, is ze nog steeds als taalvrijwilliger actief. “Ik ben begin dit jaar gestopt met mijn studie Business Services. Door MDT weet ik het zeker: ik wil het onderwijs in. Volgend schooljaar begin ik met de studie Onderwijsassistent. Tot die tijd ben ik nog steeds in de klas te vinden en in de zomervakantie wil ik me ook inzetten als taalvrijwilliger. Ik heb mijn sociale kring echt uitgebreid. Er zijn vriendschappen ontstaan en in de pauzes heb ik het met de leerlingen die ik help gezellig. Ik vind het leuk om meer over hun cultuur te leren en zij over onze cultuur. Ik kan zelfs al een paar woorden Arabisch. Als ik volgend jaar weer ga studeren, zal ik minder tijd hebben voor vrijwilligerswerk, maar als het lukt, wil ik taalvrijwilliger blijven. Bijvoorbeeld als voorlezer voor jongere kinderen. Dat past goed bij mijn opleiding en lijkt me heel leuk.” Haar vrijwilligerswerk als taalvrijwilliger, heeft haar veel zekerder gemaakt. Romy: “Ik was heel onzeker over wat ik kon. Ik kreeg wel vaak genoeg te horen dat ik het goed deed, maar ik geloofde het gewoon niet, zo onzeker was ik over mezelf. Door de trainingen die in het MDT-traject worden aangeboden, zoals het stellen van doelen en presentatievaardigheden, ben ik steeds meer gaan geloven in mezelf. Ik leerde ook om mijn grenzen aan te geven. Ik wil iedereen graag helpen, maar ik kan er niet voor iedereen zijn. Ik durf nu eerder ‘nee’ te zeggen. Ik durf nu ook sneller met anderen het gesprek aan te gaan, zowel op school als daarbuiten. Dat heeft MDT mij gebracht. En dat vertel ik ook graag aan andere jongeren. Veel jongeren vinden het leuk om te horen hoe enthousiast ik erover ben. Maar zelf willen ze het dan toch vaak niet doen, omdat het vrijwillig is. Ik zeg dan dat ik er veel meer aan heb overgehouden dan geld. Geld is belangrijk, maar de ervaring die ik eruit heb gehaald, vind ik veel belangrijker!” MDT ook iets voor jou? Lees hier meer. Wil je taalvrijwilliger worden of daar meer over weten? Klik hier .
Lees meer

Leo is al veertig jaar penningmeester

| Doe es gewoon vrijwillig

Als je al veertig jaar penningmeester bent van verschillende verenigingen, zoals Leo Smit, heb je allemaal ontwikkelingen meegemaakt: van kasboek naar computerprogramma en van een fietstas vol acceptgiro’s naar een paar muisklikken en klaar. “Maar nu is het tijd voor een nieuwe, jonge generatie om het stokje over te pakken.” Als tennisliefhebber meldde Leo Smit zich in 1978 aan voor de gloednieuwe tennisclub Westerkogge in Avenhorn. “Wij waren hier net komen wonen en dit leek me een goede manier om mensen in mijn nieuwe woonplaats te leren kennen. We speelden toen nog in een lege schuur. Later kwamen er eigen tennisbanen, de vereniging groeide.” Rekenen en narekenen Lezers die jonger zijn dan pakweg dertig zullen zich verbazen over wat Leo vertelt. Toen hij penningmeester werd in 1981, werd de volledige boekhouding bijgehouden op papier. Geen computer, alleen een rekenmachine en grote schriften, waar Leo alle inkomsten en uitgaven in bijhield. “Ik werkte met zogenaamde doorschrijfboekhoudingen. Dat betekende rekenen, rekenen en nog een keer narekenen, want alles moest precies uitkomen. Uren was ik ermee bezig.” Ook de ledenadministratie kwam op Leo’s bordje. “Ik vond op zolder nog een ouderwetse kaartenbak, zo hielden we toen de gegevens bij. Om de contributie te innen, stuurde ik elk jaar brieven uit naar de leden, met een acceptgiro erbij. Bij leden in De Goorn en Avenhorn stopte ik ze zelf in de brievenbus, dat was makkelijker en goedkoper.” Op de computer Toen hij halverwege jaren tachtig via zijn werk boekhoudprogramma’s op de computer leerde kennen, zag hij meteen wat voor verschil dat zou maken. Al snel ging Tennisclub Westerkogge ook over op de computer. Hoewel, die digitalisering bracht ook weer werk met zich mee. “Ik hou nu een administratie bij van onze leden voor de tennisbond, eentje voor onszelf en dan hebben we nog een computersysteem waarmee mensen toegang krijgen tot het tennispark en de kleedkamers, dat beheer ik ook.” Er komen steeds meer kleine klusjes bij de penningmeester terecht, merkt Leo. Het kost hem bijna geen tijd, want alle gegevens zitten toch in zijn computer. “Moet er iets verstuurd worden vanuit het bestuur, dan doe ik dat via de mail. En ik hou elke dag de mailboxen bij.” Nerveus voor de kascommissie De leukste klus als penningmeester vindt Leo het opstellen van de begroting. Een sluitende begroting, natuurlijk. “Dat is elk jaar weer even puzzelen. Ons ledenaantal loopt wat terug, de vereniging vergrijst, en we willen liefst de contributie houden zoals ‘ie nu is. Ook samenwerken met de kascommissie is leuk om te doen. In het begin was ik daar wat nerveus over, ze controleren toch wat je doet, maar daar ben ik nu wel overheen.” De klus als penningmeester bevalt hem zo goed, dat hij ook bij zijn biljartvereniging de boeken bijhoudt. En toen de locatie waar de biljartvereniging speelt nog iemand zocht voor de administratie, stak Leo zijn vinger op. “Ik vind administratieve klussen gewoon heel leuk om te doen”, zegt hij. “Hoe kan het efficiënter? Dat zoek ik uit. En ik probeer subsidies te regelen voor de verenigingen, zoals nu voor de biljartclub.” Nieuw bloed welkom Helaas kan Leo zelf niet meer op de tennisbaan staan: zijn leeftijd en twee nieuwe heupen maken dat onmogelijk. “Daarom ben ik gaan biljarten, dat kan nog wél.” Dus hij denkt nu dat het misschien tijd wordt voor een nieuwe penningmeester om het werk op de tennisvereniging van hem over te nemen. “Tijd voor nieuw bloed in de club. Natuurlijk ben ik beschikbaar om mijn opvolger te helpen waar dat maar kan. Want als penningmeester kom je altijd van die klusjes tegen waarvan je je afvraagt: hoe hebben we dat vorige jaren ook alweer gedaan? Ik heb wel eens geprobeerd vast te leggen wat ik als penningmeester allemaal doe en weet, maar daar was geen beginnen aan. Liever leg ik het persoonlijk uit.” Blijft hij dan wel lid van tennisclub Westerkogge, als hij én niet meer tennist, én geen penningmeester meer is? “Ik ben erelid. En dat is een lidmaatschap voor het leven.”
Lees meer